Kunst uit vervuiling: hoe Tinkebell het asfaltmeer zichtbaar maakt

WILLEMSTAD - Wie langs de raffinaderij rijdt, weet dat Curaçao een zwaar industrieel verleden draagt. Maar weinig eilandbewoners hebben ooit met eigen ogen gezien wat er achter hekken en installaties verborgen ligt: het asfaltmeer, een uitgestrekt terrein van teerachtig afval dat decennialang is achtergelaten. Kunstenares Tinkebell ging er wél naartoe. Ze gebruikte het materiaal zelf om er kunst van te maken.
In Landhuis Bloemhof opent deze week haar tentoonstelling Oleum Shell isla de Curaçao. Het werk is letterlijk gemaakt van vervuiling. Teer uit het asfaltmeer, afkomstig uit de tijd dat Shell tijdens en na de Tweede Wereldoorlog afval dumpte, vormt de basis van schilderijen, collages en objecten. Daarmee toont Tinkebell niet alleen wat is achtergebleven, maar ook wat verloren ging.
Het asfaltmeer beslaat volgens haar ongeveer 55 hectare. Op sommige plekken zou het afval meerdere meters diep liggen. Ooit lag hier een mangrovebos, vertelt ze. Dat oorspronkelijke natuurgebied schilderde zij opnieuw, maar dan met het materiaal dat voor de vernietiging ervan verantwoordelijk is. De schoonheid van het beeld botst zo met de herkomst van de verf.
Tinkebells werk op Curaçao staat niet op zichzelf. Al sinds 2020 onderzoekt zij de gevolgen van zware industrie op verschillende plekken in de wereld. In Nederland werkte ze rond Tata Steel, waar ze met magneten vervuilende metaaldeeltjes uit het zand haalde en verwerkte in kunstwerken. In Italië onderzocht ze een chemische fabriek die al meer dan een eeuw afval in zee loost. Ook daar werd het afval zelf onderdeel van haar werk.
Dampen
Curaçao kwam op haar pad via een tip uit Nederland. Wat zij aantrof, maakte indruk. Het asfaltmeer is nauwelijks zichtbaar in het publieke debat, terwijl het gebied volgens haar nog altijd dampt en chemische lucht afgeeft. Dat staat haaks op het beeld dat delen van het terrein zouden zijn opgeruimd. Volgens haar is slechts een klein deel afgegraven en ligt daar geen schone aarde, maar vervuild bouwafval bovenop.
Voor haar onderzoek dook Tinkebell in archieven, zowel op Curaçao als in Nederland. Ze stuitte op studies uit de jaren zestig naar gezondheidseffecten rond de raffinaderij. Wat haar vooral schokte, was de manier waarop verhoogde kankerpercentages destijds werden gerelativeerd. In sommige onderzoeken werd gesuggereerd dat de oorzaak eerder bij leefstijl of voeding zou liggen dan bij industriële uitstoot. Volgens haar ontbrak een serieuze onderbouwing.
Recente onderzoeken naar water- en bodemverontreiniging rond het asfaltmeer lijken schaars. Tinkebell vertelt dat zelfs onderzoeksinstellingen toestemming nodig hebben van de overheid om metingen te doen. Dat maakt het lastig om vast te stellen wat de actuele risico’s zijn voor mens en milieu.
Niet zonder gevolgen
Haar kunstpraktijk is daarmee onlosmakelijk verbonden met lichamelijke ervaring. Werken met teer en oplosmiddelen is niet zonder gevolgen. Ze beschrijft hoofdpijn, misselijkheid en duizeligheid tijdens het maakproces. Toch ziet ze dat niet als reden om te stoppen. Integendeel: de fysieke impact onderstreept voor haar de realiteit van het probleem.
Met haar tentoonstelling wil Tinkebell geen gesloten kunstkring aanspreken. Ze zoekt nadrukkelijk het gesprek met bewoners die dichtbij de raffinaderij wonen, met oud-werknemers en met mensen die gezondheidsklachten ervaren. Vorige bijeenkomsten trokken vooral een kunstpubliek. Dat vindt ze onvoldoende. Haar werk, zegt ze, is geen eindpunt, maar een uitnodiging om verhalen te delen.
Oleum Shell isla de Curaçao is nog tot medio maart te zien in Landhuis Bloemhof. De tentoonstelling laat zien hoe kunst kan functioneren als archief, als aanklacht en als geheugen. Niet door nieuwe feiten te presenteren, maar door zichtbaar te maken wat al die tijd in de grond ligt — en waar zelden over wordt gesproken.




































